Hoe is een massief eiken tafelblad opgebouwd?
Uit planken van 8 tot 20 cm breed, verlijmd tot één blad dat nog mag werken: zo zit een massief eiken blad in elkaar.

In dit artikel9 delen, 7 min
Kort antwoord
Een massief eiken tafelblad bestaat bijna nooit uit één plank. Het is opgebouwd uit planken van 8 tot 20 cm breed, ook wel lamellen, die met de lange kanten tegen elkaar zijn verlijmd. In de lengte lopen ze in één stuk door, of zijn kortere stukken aan elkaar gezet met een vingerlas: een verbinding met in elkaar grijpende tanden.
Veel makers leggen de planken met de jaarringen om en om, zodat ze elkaar in balans houden. Het blad blijft werken, 2 tot 4 millimeter op een meter breedte, en zit daarom met speling aan het onderstel.
Een blad van massief eiken, in Vlaanderen massieve eik, is door en door hout, maar bijna nooit uit één stuk. Een maker zaagt de planken recht, schaaft ze vlak en lijmt ze met de lange kanten tegen elkaar. Daarna wordt het blad vlak geschaafd en geschuurd tot de dikte die het moet krijgen.
De planken heten ook lamellen. Ze zijn meestal 8 tot 20 cm breed, allemaal even breed of in wisselende breedtes, en elke plank heeft een eigen tekening. Daardoor zie je in een massief blad de planken naast elkaar liggen.
Een ronde of ovale tafel wordt net zo opgebouwd: eerst een rechthoekig blad van verlijmde planken, daarna wordt de vorm eruit gezaagd. Bij een boomstamrand hebben alleen de buitenste twee planken de golvende rand.
Een eik levert zelden een plank van een meter breed. En een plank die zo breed is, trekt makkelijk krom: hoe breder de plank, hoe meer millimeters hij krimpt en uitzet.
Een smalle plank trekt minder krom dan een brede, dus een blad uit smallere planken blijft vlakker. Een goede lijmnaad is daarbij niet de zwakke plek van het blad.
Verlijmd is nog steeds massief. Bij fineer of een toplaag ligt er alleen een laag eiken op een plaat; een verlijmd blad is van boven tot onder eiken.
In de lengte zijn er twee manieren. Doorlopende planken, ook wel doorlopende lamellen, gaan in één stuk van kop tot kop. Bij een vingerlas zijn kortere stukken aan elkaar gezet met in elkaar grijpende tanden, die samen veel lijmvlak geven.
Doorlopende planken ogen rustiger en vragen meer hout. Een vingerlas is voordeliger en net zo sterk, maar je ziet waar de stukken aan elkaar zitten. Vraag ernaar: het staat zelden op een productpagina.
Kijk naar de kopse kant van een plank: daar zie je de jaarringen als boogjes. Hoe ze liggen, bepaalt hoe de plank werkt en hoe hij eruitziet.
Liggen de jaarringen plat, dan heet de plank dosse gezaagd. In het bovenvlak zie je vlammen en bogen, en in de breedte werkt de plank het meest: hij wil een beetje hol trekken. Staan de jaarringen rechtop, dan is de plank kwartiers gezaagd. Je ziet rechte strepen en soms spiegels, glanzende vlekjes van de houtstralen, en de plank werkt in de breedte ongeveer half zo veel.
Veel makers leggen de planken met de jaarringen om en om: bij de ene plank lopen de boogjes bol naar boven, bij de volgende bol naar beneden. Zo trekt niet het hele blad dezelfde kant op en houden de planken elkaar in balans.
De kopse kant is het uiteinde van het blad, waar je de jaarringen ziet. Daar lopen de vezels naar buiten, als de uiteinden van een bundel rietjes, dus gaat vocht er sneller in en uit dan in de rest van het blad. Daarom werkt een goede maker de kopse kanten goed af, zodat ze niet sneller drogen dan de rest.
Ook verlijmd blijft eiken werken. Een blad van 100 cm breed kan tussen een vochtige zomer en een droge winter 2 tot 4 millimeter verschillen; in de lengte is het vrijwel niets.
Daarom zit het blad met speling aan het onderstel: met sleufgaten, langwerpige gaten waarin de schroef mee kan schuiven, of met bladwervels, metalen klemmen die het blad vasthouden en toch laten bewegen. Zit het star vast, dan kan het scheuren. Ook een lat of balk die dwars onder het blad loopt, moet het blad in de breedte laten bewegen.
Bij een opgedikte rand is er een strook hout onder de rand gelijmd, zodat het blad aan de rand dikker lijkt dan het is. Het midden is dunner. Zo krijg je het uiterlijk van een dik blad met minder hout.
Dat is op zich prima, maar het is een ander blad dan een blad dat overal zo dik is. Vraag daarom altijd hoe dik het blad in het midden is.
Het gewicht verraadt het verschil. Een blad van 220 bij 100 cm weegt bij 6 cm dik ongeveer 90 kilo en bij 3 cm ongeveer 45 kilo. Een opgedikt blad dat aan de rand 6 cm lijkt, weegt duidelijk minder dan een blad dat overal 6 cm is. Kijk ook onder het blad: zie je vlak achter de rand een trapje of een naad over de hele lengte, dan is de rand opgedikt.
Een verjongde rand is het omgekeerde: een dik blad dat aan de onderkant schuin wegloopt naar de rand, zodat het dunner oogt dan het is. Je houdt de stijfheid van het dikke blad.
- Slank en licht. Past bij een kleinere tafel.Een blad van 220 bij 100 cm weegt ongeveer 45 kilo.
- Licht en strak. Goed tot ongeveer 240 cm lengte.Een blad van 220 bij 100 cm weegt ongeveer 60 kilo.
- Stevig en stijf. De middenweg voor een eettafel.Een blad van 220 bij 100 cm weegt ongeveer 75 kilo.
- Robuust en zwaar. Voor lange tafels en een stoere uitstraling.Een blad van 220 bij 100 cm weegt ongeveer 90 kilo.
Met deze tabel bekijk je een blad in een winkel, bij een maker of op een foto.
| Wat je ziet | Wat het is | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Planken van kop tot kop in één stuk | Doorlopende planken | Een rustig beeld, en meer hout |
| Korte stukken met een getande naad | Een vingerlas | Voordeliger en net zo sterk |
| Vlammen en bogen in het bovenvlak | Liggende jaarringen, dosse gezaagd | Een levendige tekening, en de meeste werking in de breedte |
| Rechte strepen en glanzende vlekjes | Staande jaarringen, kwartiers gezaagd | Werkt minder en blijft vlakker |
| Boogjes aan de kopse kant die om en om liggen | Planken om en om verlijmd | De planken houden elkaar in balans |
| Een trapje of naad vlak achter de rand, aan de onderkant | Een opgedikte rand | Het midden is dunner dan de rand |
| Een rand die onderaan schuin wegloopt | Een verjongde rand | Een dik blad dat dunner oogt |
Veelgestelde vragen
Waarom bestaat een eiken tafelblad uit meerdere planken?
Een eiken tafelblad bestaat uit meerdere planken omdat een eik zelden een plank van een meter breed levert, en een brede plank makkelijk kromtrekt. Smallere planken, met de jaarringen om en om verlijmd, houden elkaar in balans, zodat het blad vlakker blijft.
Wat is een lamel in een tafelblad?
Een lamel is een van de planken waaruit een massief blad is verlijmd, meestal 8 tot 20 cm breed. Een doorlopende lamel gaat in één stuk van kop tot kop, zonder vingerlas.
Is een vingerlas een zwakke plek in een tafelblad?
Een goed gemaakte vingerlas is net zo sterk als een doorlopende plank: de tanden grijpen in elkaar en geven veel lijmvlak. Het verschil zit in het uiterlijk, want je ziet waar de stukken aan elkaar zitten.
Wat betekent kwartiers gezaagd eiken?
Bij kwartiers gezaagd eiken staan de jaarringen rechtop in de plank. Zo'n plank werkt in de breedte ongeveer half zo veel als een plank met liggende jaarringen en blijft vlakker. In het bovenvlak zie je rechte strepen en soms spiegels, glanzende vlekjes van de houtstralen.
Hoe zie je of een tafelblad een opgedikte rand heeft?
Of een tafelblad een opgedikte rand heeft, zie je aan de onderkant: zit er vlak achter de rand een trapje of een naad over de hele lengte, dan is er een strook onder de rand gelijmd. Let ook op het gewicht, want een opgedikt blad weegt duidelijk minder dan een blad dat overal zo dik is.
Waarom liggen de planken van een tafelblad om en om?
Een plank met liggende jaarringen wil bij werking een beetje hol trekken. Liggen de planken om en om, dan trekt de ene plank de ene kant op en de volgende de andere, zodat het blad als geheel vlakker blijft.
Geschreven door Tafelhuys op . Cijfers over maten en aantallen komen uit de rekenregels van onze configurator; andere cijfers hebben in de tekst een bron en een datum. Klopt er iets niet? Mail info@tafelhuys.nl.
Deel deze gids